Op deze pagina treft u columns uit het dagelijks leven van mensen die te maken hebben met incontinentie.
Deze column is verschenen in het vakblad voor incontinentieverpleegkundigen Incourant (december 2007) |
|
Naar de tand-AAAahrts... |
Mijn darmen hebben een slechte relatie met mijn tandarts. Liggend in de stoel menen zij zich te moeten bemoeien met bovenliggende activiteiten als punnikken, schrapen, tandvlees irriteren en daarbovenop een mogelijk gillende boor. Pas op het commando "er zijn geen gaatjes" neigen mijn darmen naar enige rust. Maar bij de melding "het valt wel mee hoor, het is maar een klein gaatje", en de boor begint te gillen op zijn hoogste niveau... nou dan weten mijn darmen zich te roeren en besef ik weer volledig wat incontinent zijn alweer betekende. Mijn tandarts en ik kennen elkaar nog niet zo lang, en ik heb hem nog niets verteld over mijn incontinentie-problemen. Misschien moet ik dat toch een keer doen. Want vlak voor het allereerste betreden van zijn "spreek"-kamer was het al gigantisch mis. Mijn darmen - die feilloos aanvoelden wat zich bovenhands ging afspelen - roerden zich flink, en voordat enig assistente mij kon roepen was dit persoon allang uit de wachtkamer vertrokken. Naar huis, gelukkig niet zo ver, maar wel aan een flinke verschoning toe. Het schijnt dat meer mensen 'angst' hebben voor de tandarts - zeg maar zoals mijn darmen zich als spreekbuis menen te moeten roeren. Daarom geldt dat “ziek”meldingen binnen 24 uur niet meer kunnen en dan moet door de patiënt de volle mep voor het consult worden betaald. Voor mij was dat dus die dag een dubbele volle mep. Opvangmateriaal is tegenwoordig onwaarschijnlijk goed, en met een beetje regelmaat is een grote boodschap een klein probleem. Stoer als ik ben heb ik gewoon die eerste tandartsfactuur betaald en een tweede afspraak gemaakt zonder iets te melden over mijn probleempje van onderen. Het gebit moet tenslotte ook wat. De tweede afpraak. De nacht ervoor lekker uitgerust, geen alcohol gebruikt, geen chinees gegeten, geen ongekookte rauwe eieren; kortom de wereld lag die ochtend aan mijn voeten. De zon scheen, het was een veelbelovende zomerdag, mensen lachten, vogels... (cliché), niets wees op een andere dag dan een paradijs, en fluitend rolde ik de wachtruimte van mijn tandarts binnen. De Snoep Verstandig posters zullen zo in de loop der tijd wel verdwenen zijn, had ik gedacht, maar bij mijn tandarts hangen ze nog. Een tand afgebroken?... meteen in de melk leggen en naar de tandarts! Verzekeringsgegevens veranderd?... meteen doorgeven aan de tandarts! Nijntje, en een blokkendoos voor de kinderen. In de verte klinkt te dichtbij een zingende boor. En alsof mijn darmen ogen en oren hebben, met al hun zintuigen registreren zij het naderende onheil en barsten los. Met een volle broek verlaat ik nog vóór het consult de praktijk en hoop niemand op weg naar huis tegen te komen. Onderweg baal ik en denk ik dat als die darmen zo goed weten wanneer we naar de tandarts gaan, waarom lukt het dan niet om ze aan het werk te zetten op tijdstippen dat ík dat zou willen? Dit wordt een kostbare zaak, want dit wordt een tweede factuur omdat ik niet ben komen opdagen, of zeg maar omdat ik er schielijk tussenuit geknepen ben. Niet alleen ontneem ik de tandarts de gelegenheid om met zijn geboor zijn tweede huis te financieren, ook ikzelf schiet er niet veel mee op door onnodige consulten te betalen en intussen in onzekerheid te verkeren over welke gaten zich in mijn kiezen voortwoekeren. Het is tijd voor actie, ter bescherming van mijzelf, mijn portomonnee en de klandizie van dokter Boor. De derde afspraak. Ik ken de discussies over het wel of niet gebruiken van plastic broeken. Zelf geloof ik daar niet in, ik denk dat het bestaande opvangmateriaal uitermate geschikt is om zonder niet-vochtdoorlatende, transpirerende broeken door het leven te moeten gaan. Toch neem ik voor deze ene gelegenheid mijn toevlucht tot deze oplossing, over de slip, ter bescherming van geurtjes. Het gaat allemaal zoals voorheen: in de wachtkamer de Snoep Verstandig poster, de afgebroken tand in melk, de boorgeluiden... En eigenlijk is de tandarts best een sympathieke man, bedenk ik me als ik mezelf in zijn stoel manouvreer. Mijn darmen zijn het er echter niet mee eens. Zo lig ik daar, mond open, punnikken, schrapen, tandvlees irriteren, en met een broek die aan verschoning toe is. Ik hoop maar dat niemand wat merkt. Geen gaatjes!!! Geen geboor, de tandarts is heel erg tevreden. Of ik in de toekomst maar wel mijn afspraken beter zou willen nakomen, want dit is "voor ons beiden vervelend..." Met een gelukkige blik knik ik naar hem, en verlaat zo snel mogelijk zijn praktijk. Het eerstkomende halfjaar hoef ik me geen zorgen meer te maken over een bezoek aan de tandarts. De nieuwe afspraak hoef ik niet op te schrijven in mijn agenda, daar zullen mijn darmen mij wel aan herinneren. Webinco |